als we goed kijken kunnen we zien hoe de toekomst zich zet
naar het landschap waarin we bestaan
om te beginnen neem je
dun papier
een glazen plaat
vraag je dan af
aan wie het is om de dingen te verdelen
schrijf je wensen op in de hoop
dat ze door de wind worden meegenomen
we zien
nieuwe manieren van leven ontstaan
trekken bestaande wegen over op nieuwe kaarten
je legt een hand op mijn schouder en met de andere wijs je om
laag
daar begint het land uit lagen te bestaan
de mensen steken water over via bruggen die we bouwen om
verbinding aan de man te brengen
gemeenschap lijkt iets te zijn
dat we aan kunnen planten
/
Vier
we zoeken naar manieren om te doven
om niet steeds de herhalende patronen te zien als
wonden die in het land zijn geslagen een
maanlandschap op aarde
we proberen te doen alsof
doen alsof we omhoog kijken
een tweede hand boven het landschap trekt schaduwen over de velden
de donkere plekken een doorzichte deken die de mensen toedekt
aan die lucht drogen we onze wonden
zetten onszelf een stukje verder open
hoop en gemis nemen de vorm aan van koepels
wensen worden in de hoogte gebouwd
in doorzichtig glas houwen we leegte uit
die het licht naar beloftes kleurt
/
Zes
uit de contouren kunnen we opmaken
dat hoogte vele vormen kent
we richten de stad in naar de tijd die tussen ons verstrijkt
bouwen de leegte uit de streken, rekken grenzen op
woonplaatsen worden als puzzels aan elkaar gelegd
de nieuwe dorpen zijn vernoemd
naar bergen en rivieren
je neemt me bij de hand
vertelt me over manieren waarop mensen bestaan
de straten gevormd naar het leven
de stad in vogelvlucht opgetekend
het landschap lijkt longen te hebben gekregen
het ademt uit
we lezen gelaatstrekken af
de stad een gezicht
op afstand
kijken we elkaar aan
Deze gedichten werden geschreven in opdracht van Historiehuis Roermond als zaalteksten voor de tentoonstelling ‘Top Down: Twee eeuwen Roermond in beeld’, in samenwerking met Lena Claessen, die de gedichten ‘Een’, ‘Drie’ en ‘Vijf’ schreef.